Eurohorse: trotse partner van de Belgian Breeders Bonus.

Wie Eurohorse zegt, zegt topsport, wereldwijde handel en gerenommeerde fokkerij met onder andere de alom bekende hengsten Emerald van ‘t Ruytershof, Nixon van ‘t Ruytershof en Don VHP Z.
Wie Eurohorse zegt, zegt Axel Verlooy, en wie Eurohorse zegt, mag sinds kort ook zeggen: trotse partner van de Belgian Breeders Bonus.

Wij gingen met de Belgian Breeders Bonus op bezoek in het rustige, Kempense Grobbendonk en werden er ondergedompeld in de passie voor het Belgische paard en de Belgische paardensport.

Van een ritje met het boerenpaard tot de Olympische Spelen

Alles begon voor Axel ongeveer 55 jaar geleden, op exact dezelfde plaats als waar zich vandaag het florerende Eurohorse bevindt. ‘Mijn vader kocht deze eigendom en kreeg er als het ware het trekpaard bij dat hierachter op de weide liep. Hij nam de zorg van het dier op zich, en kreeg na een tijdje toch wel zin om het paard te berijden. Hij legde er op een dag een zadel op, en de rest is geschiedenis… Hij had de smaak te pakken, en ook ik als kleine knaap toonde interesse. Er kwam een rijpaard bij, een pony voor mij, een beter paard, … en zo waren we vertrokken voor wat later uitgroeide tot een succesvolle internationale en zelfs Olympische carrière’.

Nummer 1 van de springpaardenfokkerij

Met de paplepel, noemt men dat dus. Axel is dan ook de uitgelezen persoon om de evolutie van onze fokkerij in de afgelopen decennia te bespreken:

‘De fokkerij in het algemeen, en zeker ook in België is in de afgelopen 20, 30 jaar enorm verbeterd. Vroeger kon je van een groot succes praten als je een 1.30m paard fokte, nu is het zelfs heel gewoon als je een goed 1.45m paard fokt. Voor wat ons land specifiek betreft, wij zijn en blijven volgens mij nummer 1 in de springpaardenfokkerij. Dat hebben we te danken aan onze goede merriestammen en betere hengsten.  Van concurrentie ben ik niet bang, je mag niet vergeten dat de hele fokkerij zich afspeelt in slechts een vijftal landen. Hoewel ik onder meer tijdens CSIO Brussel ook paarden zag uit de Argentijnse fokkerij, uit Australië… Maar zoiets opbouwen duurt generaties lang, en wij staan hier ook niet stil. Ik ben dus absoluut zeker dat België alleen nog maar sterker zal worden als fokkerijland.’

Over de vraag van de kip en het ei, – Verwierf België deze positie in de fokkerij dankzij de goede sportresultaten die er waren, of kregen we de goede resultaten net omdat we uitblonken met onze fokkerij? – is Axel formeel: “ De Belgische sport staat waar ze nu staat, dankzij onze fokkerij. Het begon allemaal met de beste bloedlijnen uit Duitsland en Frankrijk, aangelengd met wat volbloed hier en daar. We hebben een ideale mix tot stand kunnen brengen, en daardoor kunnen we nu vandaag ook echt praten over de ‘Belgische’ paarden. Niettegenstaande dat kunnen we natuurlijk niet ontkennen dat we ook altijd al over zeer goede ruiters hebben kunnen beschikken.”

Handel, sport en fokkerij combineren

Is het dan een voordeel dat Eurohorse eigenlijk zowel een sport-, handels- als fokkerijstal is?

“Zeker, dankzij de handel kom ik op vele plaatsen, en zie en koop ik veel paarden, wel een honderdtal per jaar, voor de sport. Dat maakt het ook allemaal wat makkelijker om er af en toe een hele goeie uit te halen om mee verder te werken. Ik hou ook enorm van de sport, en eigenlijk is de fokkerij er min of meer toevallig bijgekomen. Want, ik kocht nog nooit een hengst voor de fokkerij. Alle hengsten die ik hier heb staan, ook Emerald, werden oorspronkelijk aangekocht omdat ze goed sprongen. Allen hebben ze 1.60m gesprongen, Emerald reed zelfs de Olympische Spelen. En volgens mij zijn ze daarom ook zo populair, het zijn stuk voor stuk bewezen hengsten. Dat gezegd zijnde helpt het natuurlijk ook dat hun nakomelingen het zo goed doen in de sport. Elke week is er wel eentje die een grote wedstrijd wint.

Bij Eurohorse worden jaarlijks ook een tiental veulentjes geboren, uit merries die uit de sport zijn gegaan. Zij kunnen op hun weide genieten van hun nakomelingen en hun welverdiende rust.

Als ik ooit zou moeten kiezen tussen handel, sport en fokkerij dan kies ik voor de handel, om de simpele reden dat ik ook mijn boterham moet verdienen, hé!

Kopers uit de USA

“Mijn grootste afzetmarkt is Amerika, en wat typisch is voor deze markt, is dat er niet of weinig gevraagd wordt naar stamboeken en afstammingen. Ze komen naar België omdat ze weten dat hier goede paarden te vinden zijn, en kijken veel meer naar het paard zelf en hoe goed hij te berijden is. Terwijl binnen Europa vaak de eerste vraag van een potentiële koper is wie de vader en moeder van het paard zijn. Zelf zijn we daar ook schuldig aan hoor, als mijn vrouw en ik een paard bekijken, is dat ook een van de eerste dingen die we opzoeken, evenals de rankings van eventuele broers en zussen op Hippomundo.”

Tips van de fokker

Als we vragen naar tips voor de kleine fokker, blijft Axel heel bescheiden. “De kleine fokker levert heel vaak de beste paarden, omdat hij kan focussen op de kwaliteit, terwijl grote, commerciële fokkers veel vaker staan voor kwantiteit en soms de kwaliteit wat uit het oog verliezen.

Wel denk ik dat het slim is om te blijven fokken met bewezen hengsten. In Nederland bijvoorbeeld zien we dat er vaker ook naar jongere, en nog onbekende hengsten wordt gegrepen, en dat heeft de kwaliteit van de Nederlandse fokkerij in de laatste jaren toch naar beneden gehaald. Hiermee wil ik natuurlijk niet zeggen dat je met een jonge hengst geen toppaard kan voortbrengen, maar je zal er wat meer geluk mee moeten hebben. Met een bewezen hengst is de kans immers veel groter dat je een goed paard zal fokken. 

Het is ook daarom dat ik een grote voorstander ben van de Belgian Breeders Bonus, en er absoluut mijn steentje toe wil bijdragen. Het is een mooi initiatief waarmee we ook die kleine fokker waarover ik het net had, kunnen motiveren, enthousiasmeren en tonen dat we hen respecteren en een duwtje in de rug kunnen geven. Daarenboven is het mooi om te zien hoe verschillende organisaties uit de Belgische paardensector hiervoor de handen in elkaar slaan!”

Wat met dressuur?

En dan hadden we nog een laatste vraagje: Door je schoondochter ( Morgan Barbançon Mestre) raak je stilaan ook vertrouwd met de wereld van de dressuur.  Heb je ambities in die richting, je kan misschien een dressuurhengst of twee ter dekking stellen?

“Nee, ik ben van mening dat stamboeken zich niet te hard moeten concentreren op de dressuurfokkerij. Dat heeft men mijns inziens iets te veel gedaan in Nederland, en dat heeft het stamboek geen goed gedaan. Zoiets opbouwen duurt generaties, kijk maar naar het BWP-stamboek, dat nu toch al 50-60 jaar bestaat. En ik ben absoluut geen dressuurkenner maar ik schat dat het fokken van dressuurpaarden nog een grotere uitdaging is, en heel specifiek. Laat mij dus maar verder doen wat ik graag doe, in de wereld die ik ken: die van de jumping!”